burnout sporten

Moet je sporten als je burnout bent?

Gabriëlle Kiefmann Nieuws

Onlangs deed ik de cursus Stresspreventie en -interventie volgens de CSR®-Methode. Ik heb weer veel geleerd! Steeds meer mensen hebben te maken met stressklachten of burnout. Ik merk dat bij een groot aantal van de klanten in mijn praktijk.

Deze cursus ging over wat stress is, hoe het te herkennen is en hoe je mensen met stress en burnout het meest effectief kan begeleiden. Ook stresspreventie en stressinterventie zijn een onderdeel van de cursus.

Stress-interventies zijn bijvoorbeeld technieken die ik gebruik om het gedrag van de coachee te veranderen om de kwaliteit van het leven van de coachee te veranderen, oftewel … minder stress te ervaren.

Ik ben in staat om een krachtige aanpak samen te stellen op 3 niveaus. Want als je stress of burnout-klachten hebt is het belangrijk om met lichaam, psyche én gedrag aan de slag te gaan.

Nu kan ik mensen met stressproblematiek en burnout goed diagnosticeren, uitleggen wat er aan de hand is en effectieve stresscoaching en interventies bieden.

Do’s and don’ts bij burnout: sporten

Moet je sporten als je burnout bent? Hoe zit dit eigenlijk?

Bij burnout is er disbalans in je stressmechanisme. De systemen die bij inspanning probleemloos voor voldoende energie zorgden, werken nu anders. Daarom kosten dingen die je eerder met gemak deed, nu veel moeite.

Het ingewikkelde bij burnout is dat de ontregelingen zichzelf in stand houden. Dat komt doordat je herstelvermogen is verminderd. Na inspanning herstel je veel minder snel. Het is dan ook geen goed idee om te trainen of aan je conditie te werken. Dat kost bakken met energie en die kom je immers al te kort. Zo lang je heel vermoeid bent, is een korte wandeling het beste. Houd je niet van wandelen: zwemmen of fietsen is ook goed.

Zet de pas erin, maar jut je lichaam niet op. Zorg dat je niet buiten adem raakt. Je moet nog gewoon kunnen praten. In het begin is een kwartier tot twintig minuten voldoende. Doe dit dagelijks, tot je merkt dat je meer energie krijgt. Dan bouw je het op naar 30-45 minuten. Ga vóór 14.00 uur op stap, want deze inspanning kan je lichaam zo opjagen, dat het je uit de slaap houdt.

En wat ook goed voor je is: wees je bewust van je omgeving. Gebruik je zintuigen. Voel de wind door je haren en langs je gezicht. Voel je voeten die neerkomen op de grond. Kijk om je heen, ruik de frisse lucht. Als je gewone gedachten het overnemen, merk dit dan op en leid je aandacht terug naar je zintuigen.

Bij thuiskomst voelt je lijf actief. Je hartslag is hoger, je zweet een beetje, je ademhaling gaat sneller. Dat is goed. De crux zit ‘m in het leermoment voor je lichaam in de 30 minuten ná de wandeling: drink wat water en ga dan gemakkelijk zitten. Of nog beter: ga even liggen. Let op je ademhaling, probeer je spieren te ontspannen en rust uit.

Het is deze afwisseling van een korte, lichte inspanning met daarna 30 minuten bewuste ontspanning, die je lichaam leert hoe het zich weer kan herstellen.

En als je heel vermoeid bent?

Er bestaat een ernstige vorm van burnout waarbij de energiesystemen vrijwel plat liggen. Dan slaap je heel veel, terwijl je vermoeidheid nauwelijks afneemt. Een kwartier wandelen is dan te veel. In dat geval pas je je aan: begin met vijf minuten rustig lopen. Rust even uit en loop terug en ontspan je. Sla de volgende dag over en ga de dag daarna opnieuw. Dit doe je net zo lang tot het beter gaat. Voer je wandeltijd dan langzaam op. Vooral niet forceren. Dit herstel vraagt veel geduld.

De founder van de CSR-Methode, Sonja van Zweden, bedacht hiervoor de term kwalitatief wandelen. Het is de kwaliteit die telt.

Dus: wat moet je doen?

Zo lang je herstelvermogen niet optimaal werkt, is trainen of hardlopen met je buurvrouw geen goed idee. Maar met alleen rusten kom je er ook niet. Om je lichaam te leren zich vlotter te herstellen is ook milde inspanning nodig. Ga daarom dagelijks kwalitatief wandelen. Bouw het op naar 30-45 minuten per dag als je voelt dat je energie toeneemt. En vergeet het allerbelangrijkste niet: daarna even bewust ontspannen en uitrusten.

Bron: csrcentrum.nl